Een couvert met onderbord, bestek en drie glazen is ongeveer 35 centimeter diep. Op een rechthoekige tafel van 80 centimeter breed, de standaardmaat bij veel verhuurders, zitten twee gasten tegenover elkaar en blijft er in het midden dus 10 centimeter over. Daar moeten jullie bloemen, kaarsen, tafelnummer en broodmandje in passen.
Wie dat sommetje maakt voor hij decoratie bestelt, kiest anders. Een tafel bestaat uit vijf lagen, van onder naar boven, en bij elke laag mogen jullie je afvragen of ze er echt moet liggen.
Eerst meten: hoeveel midden hebben jullie?
Vraag bij de locatie of de verhuurder de exacte tafelmaten op. Rechthoekige tafels zijn meestal 80 of 90 centimeter breed, soms 100. Bij 90 centimeter hebben jullie een middenstrook van 20 centimeter, bij 100 centimeter 30. Dat verschil bepaalt of er een bloemstuk kan staan of alleen een rij smalle vaasjes.
Ronde tafels geven meer lucht. Aan een tafel van 150 centimeter doorsnede zitten acht gasten en blijft er een cirkel van ongeveer 70 centimeter vrij. Aan 180 centimeter passen tien gasten rond een midden van een meter. Reken per gast op 60 centimeter tafelrand, anders stoten ellebogen tegen elkaar.
Komt het eten in schalen op tafel, dan is het midden van de schalen. Decoratie moet dan omhoog (op een standaard), opzij (aan de stoelen, boven de tafel) of weg.
Laag 1: het linnen
Een tafelkleed tot op de grond, een loper over kaal hout of allebei: dit is de laag die de kleur van de hele zaal bepaalt, omdat ze het grootste oppervlak heeft. Een loper van 30 tot 40 centimeter breed past op een tafel van 90 centimeter en vult de middenstrook precies. Op een tafel van 80 centimeter schuift hij onder de borden, wat rommelig oogt. Kies daar een tafelkleed of laat het hout zichtbaar.
Hebben jullie mooie houten tafels, dan is geen linnen ook een keuze. Check wel of de locatie onderzetters of placemats eist tegen kringen.
Laag 2: het couvert
Bord, bestek, glazen en servet nemen de meeste plaats in en liggen grotendeels vast door het menu. Vier gangen betekent meer bestek en dus een breder couvert. Vraag de cateraar hoeveel glazen er per persoon op tafel staan bij aankomst: water en wijn volstaan vaak, het bubbelglas komt van de receptie mee of wordt apart gebracht.
Kleur zit hier in het servet. Een linnen servet in terracotta of saliegroen op een wit bord doet meer dan een extra decoratiestuk in het midden, en het kost geen centimeter tafel.
Laag 3: bloemen en kaarsen
Voor de hoogte geldt één regel: onder de 30 centimeter of boven de 60. Alles daartussen staat precies op ooghoogte en dwingt gasten om rond een boeket heen te praten. Hoge stukken op een slanke voet werken op ronde tafels in een zaal met een hoog plafond. Op lange tafels zijn lage, herhaalde elementen rustiger: om de 50 centimeter een klein vaasje met twee of drie stelen, afgewisseld met dinerkaarsen.
Vraag de locatie vooraf naar open vuur. Erfgoedlocaties en tenten verbieden echte kaarsen geregeld of eisen een glazen windlicht rond elke vlam. Geurkaarsen horen niet aan een eettafel, die nemen het op tegen het eten.
Tip: dek thuis één couvert en zet er jullie decoratie naast. Ga zitten en neem een foto op ooghoogte. Zo zien jullie de tafel zoals een gast hem ziet, en niet van bovenaf zoals op Pinterest.
Laag 4: het papier
Naamkaartje, menukaart, tafelnummer en soms een bedankje: vier dingen op papier per tafel, en ze stapelen snel. Combineer ze. Een menukaart met de naam van de gast bovenaan vervangt het naamkaartje. Eén menu per twee gasten, rechtop in het midden, bespaart acht kaarten per tafel. Het tafelnummer hoeft maar tot na het plaatsnemen te blijven staan, dus vraag de bediening om het bij de eerste gang weg te nemen.
Het naamkaartje ligt op het servet of het bord, niet ernaast. Daar is geen plaats voor.
Laag 5: wat erbij komt tijdens de avond
Broodmandjes, waterkaraffen, wijnflessen, een koeler: de cateraar zet er tijdens het diner nog van alles bij. Vraag hoeveel en waar. Een karaf water en een fles wijn per zes gasten is gangbaar, en die hebben elk een plek van een kleine 10 centimeter doorsnede nodig. Wordt de wijn bijgeschonken door de bediening, dan blijft die ruimte vrij voor jullie decoratie.
Laat daarom op elke tafel bewust een lege plek. Een tafel die bij aankomst voor 70 procent gevuld is, zit na het voorgerecht aan 100.
Welke lagen passen bij jullie stijl?
Een strakke, moderne tafel leunt op laag 1 en 2: goed linnen, mooi servies, één kaars. Een romantische of boho tafel legt het gewicht op laag 3, met meer bloemen en dus best een bredere of ronde tafel. Rustiek werkt met kaal hout en laat laag 1 bijna helemaal weg. Jullie hoeven dus nooit alle vijf de lagen vol te zetten: kies er twee die het werk doen en houd de rest sober.
Weten jullie nog niet goed welke richting het uitgaat? De stijlquiz van Gaan Trouwen is gratis en geeft in een paar minuten een stijlprofiel waar onze AI daarna leveranciers, kleuren en decoratie op afstemt.



