Een gewoon waxinelichtje brandt vier uur. Steken jullie het aan om 19 uur, dan is het uit om 23 uur, twee uur voor het einde van het feest. Sfeerlicht loopt mis op dit soort details: brandduur, stopcontacten en een huisreglement dat niemand vooraf las.

Kijk eerst wanneer het donker wordt

Op een zaterdag eind juni gaat de zon in België en Nederland pas rond 22 uur onder. Lichtsnoeren boven het terras doen dan tot het dessert niets. Begin oktober is het om kwart over zeven donker, en na de overgang naar winteruur eind oktober al rond half zes. In december zitten jullie gasten vanaf het aperitief in kunstlicht.

Zoek de zonsondergang van jullie datum op en leg die naast het dagschema. Trouwen jullie in de zomer, dan gaat het lichtbudget naar de dansvloer en het pad naar de parking. Trouwen jullie in de herfst of winter, dan moet het licht ook het diner dragen, en dan tellen de tafels het zwaarst.

Lichtsnoeren: meters, lampen en stroom

Wat op foto's een lichtsnoer heet, is bij de verhuurder een prikkabel: een zwarte kabel met om de halve meter of meter een fitting. Meet de afstand die jullie willen overspannen en tel er een vijfde bij, want een snoer dat strak staat, ziet er kaal uit en trekt aan de ophangpunten. Voor een binnenplaats van tien op tien meter met vier lijnen is dat al vijftig meter kabel.

Vraag naar ledlampen met een kleurtemperatuur van 2200 tot 2700 kelvin. Alles daarboven oogt wit en koud op foto's. Led is ook een kwestie van stroom: honderd ledlampjes van 2 watt verbruiken samen 200 watt, honderd ouderwetse gloeilampen van 25 watt trekken 2.500 watt. Een gewone stroomkring van 16 ampère levert ongeveer 3.500 watt, dus met gloeilampen zit die kring bijna vol voor de DJ zijn installatie inplugt.

De lastigste vraag is waar het snoer aan hangt. In een schuur met balken is dat simpel. Op een open terras zijn er palen nodig, en in een beschermd gebouw mogen jullie meestal niets in muren of balken schroeven. Vraag de locatie of er vaste ophangpunten zijn en wie het snoer ophangt: zijzelf, de verhuurder of jullie op vrijdagavond met een ladder.

Kaarsen: reken met brandduur

Het avondfeest duurt van het diner tot de laatste dans al snel zes à zeven uur. Koop daarom waxinelichtjes met acht uur brandduur, of plan iemand in die rond 22 uur een ronde doet met een doos nieuwe. Dinerkaarsen van 25 centimeter branden zes tot acht uur en halen het einde van de avond net. Blokkaarsen gaan het hele weekend mee.

Reken per ronde tafel van acht op vijf tot zeven lichtpunten. Minder dan dat en de tafel blijft donker zodra de zaalverlichting dimt. Zet kaarsen in glas dat hoger is dan de vlam, zeker buiten: een windstoot blaast een open kaars uit en legt kaarsvet op het tafellinnen, en dat staat bij veel verhuurders als schade op de factuur.

Wat locaties verbieden

Open vuur is het vaakst verboden. Beschermde monumenten, hoeves met een rieten dak en schuren met houten gebinten laten vaak geen echte vlam toe, of alleen in een gesloten windlicht. Tentverhuurders zetten vaak hetzelfde in hun huurvoorwaarden. Ledkaarsen met echte was en een warme flikkering zijn dan het alternatief. Huur ze, want honderd goede exemplaren kopen is duur.

Wensballonnen zijn in veel Belgische en Nederlandse gemeenten bij politiereglement verboden. Sterretjes voor een vertrekfoto mogen vaak buiten, zelden binnen. Koude vonkfonteinen bij de openingsdans vragen in de meeste zalen een expliciet akkoord, omdat ze de rookmelders kunnen activeren.

Tip: vraag het huisreglement op voor jullie decoratie bestellen, en zoek op de woorden "open vuur", "kaarsen", "ophangen" en "confetti".

De zaalverlichting zelf

Vraag bij de bezichtiging of de zaalverlichting dimbaar is en wie de knop bedient. Tl-buizen of bouwlampen in een schuur kunnen alleen aan of uit, en dan is er na het diner niets tussen fel en donker. In dat geval huren jullie uplights: kleine ledspots op de vloer die de muren in een warme tint zetten. Acht tot twaalf stuks volstaan voor een zaal van honderd gasten, en veel DJ's brengen ze mee tegen een meerprijs.

Spreek één persoon aan die om een vast uur het licht dimt, bijvoorbeeld bij de openingsdans. Zonder afspraak doet niemand het, en dansen gasten onder werklicht.

Vergeet het pad naar de parking niet

Het licht dat gasten het meest missen, hangt buiten het feest: op het pad naar de wagens, bij de toiletten in een bijgebouw, op de trap naar de rookplek. Tuinfakkels zijn open vuur en vallen onder hetzelfde verbod. Lantaarns met ledkaarsen om de drie meter of een extra prikkabel langs de haag lossen het op.

Welke tint en welk soort licht bij jullie past, hangt af van jullie stijl: kaarsen in messing en een zee van waxinelichtjes voor romantisch, strakke uplights voor modern, prikkabels en lantaarns voor rustiek. De gratis stijlquiz van Gaan Trouwen geeft jullie een stijlprofiel, en onze AI zoekt daar locaties en leveranciers bij die passen.

Doe de gratis trouwstijl-quiz