Een schuur, een loods of een tuin heeft vaak geen kraan, geen stopcontact van voldoende ampère en geen koelcel. Dat betekent niet dat de cateraar het er niet aankan, wel dat jullie dat samen vroeg genoeg uitzoeken.

Stroom is meestal het eerste probleem

Een gewoon stopcontact van 16A houdt geen warmhoudkasten, inductieplaten en koelwagens tegelijk vol. De meeste cateraars vragen minstens één aansluiting van 32A, soms twee, apart van de stroom voor de dj of de verlichting. Heeft de locatie dat niet, dan huurt de cateraar een aggregaat bij, meestal 150 tot 300 euro per dag afhankelijk van het vermogen. Vraag dit na bij het locatiebezoek, niet pas in de week van de bruiloft: een aggregaat regelen op drie dagen tijd is duurder en soms gewoon niet meer beschikbaar in het weekend.

Water en afvoer zonder kraan

Zonder waterleiding werkt een cateraar met jerrycans of een watertank, en voor het spoelwater met opvangbakken die ze zelf weer meenemen. Dat is geen probleem, maar het kost tijd bij de opbouw en het bepaalt hoeveel vaat ze ter plaatse nog kunnen doen. Vraag of de locatie een buitenkraan heeft, ook al is die niet in de eigenlijke feestzaal: honderd meter slang overbruggen is voor de meeste cateraars een routineklus, een volledig ontbrekende wateraansluiting niet.

Koeling tussen aankomst en serveren

Volgens de FAVV-regels voor tijdelijke horeca-activiteiten in België mogen bederfelijke producten zoals vis, gevogelte en zuivel maximaal twee uur buiten koeling staan voordat ze geserveerd of weer gekoeld worden. Op een locatie zonder koelcel betekent dit dat de cateraar met koelwagens werkt en het aperitief strak timet op het moment dat de gasten er ook echt zijn. Vraag waar die koelwagen mag staan: in de volle zon naast de ingang werkt de motor harder en gaat het verbruik omhoog.

Een cateraar die hier zonder aarzelen antwoord op geeft, heeft de locatie waarschijnlijk al vaker gedaan. Twijfel of een lange stilte is een signaal om even door te vragen.

Werkruimte voor de brigade

Een keuken van dertig vierkante meter is niet nodig, maar een overdekte, vlakke ruimte van een paar tafels wel: snijden, opwarmen en borden opmaken gebeurt niet tussen de gasten. Een tent van vier bij zes meter naast de feestlocatie volstaat meestal voor een gezelschap van honderd gasten. Bespreek ook waar het vuilnis blijft staan tot de vuilniswagen langskomt: op veel landelijke locaties is dat verder weg dan je denkt, en niemand wil vuilniszakken naast de fotohoek.

Vragen voor het locatiebezoek

Neem deze punten mee wanneer de cateraar en de locatie voor het eerst samen komen kijken:

  • Stroom: hoeveel aansluitingen van welk amperage, en waar exact.
  • Water: binnen of buiten, en op welke afstand van de opstelplek.
  • Overdekte werkruimte: aanwezig, of huurt de cateraar zelf een tent.
  • Aanrijroute: kan een bestelwagen tot bij de opstelplek, of moet er verderop geladen worden.
  • Afvalophaling: waar en wanneer, en wie regelt de vuilniszakken na afloop.

Wie dit vooraf test, komt zonder verrassingen aan tafel

De meeste problemen op de dag zelf ontstaan niet doordat de cateraar het niet kan, maar doordat niemand vooraf checkte of de locatie het toeliet. Een gezamenlijk bezoek van locatie en cateraar, minstens twee maanden voor de bruiloft, kost een halfuur en bespaart een hoop improviseren op de dag zelf.

Bij Gaan Trouwen matcht de AI jullie aan leveranciers die al ervaring hebben met vergelijkbare locaties, zodat dit soort praktische vragen minder vaak op het laatste moment opduikt.

Doe de gratis trouwstijl-quiz